Motivering besluit

Het motiveringsbeginsel

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het zogenaamde motiveringsbeginsel opgenomen. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat onder andere vereist dat de motivering de beschikking of het besluit moet kunnen dragen (de vaststelling van de feiten dient te leiden tot het genomen besluit).

Daarnaast vereist het motiveringsbeginsel een duidelijke en juiste vaststelling van de feiten (een feitelijk juiste motivering). Een schending van het motiveringsbeginsel kan echter op verschillende andere gebreken in de besluitvorming duiden. Hierbij dient u te denken aan een onvoldoende vergaring van kennis omtrent de feiten en omstandigheden, een onvoldoende belangenafweging, willekeur, strijd met het gelijkheidsbeginsel en détournement de pouvoir. Een ondeugdelijke motivering kan wel in de bezwaarfase worden “gerepareerd” (aangevuld of verbeterd).

Deugdelijke motivering van een besluit

Het ontbreken van een deugdelijke motivering is mogelijk de meest frequent gebruikte grond in een beroepszaak om een besluit te vernietigen. Gebreken in de motivering kunnen in het algemeen bij het nemen van een nieuw besluit worden hersteld. Meestal zal een hernieuwde besluitvorming echter tot een andere uitkomst leiden, maar zeker niet elke gebrekkige motivering leidt tot een vernietiging. Een reden daarvoor is dat tijdens de procedure (bijvoorbeeld uit het verweerschrift) kan blijken dat het bestreden besluit toch steunt op een deugdelijke motivering

Vermelding van een motivering

Bij de bekendmaking van een besluit dient de motivering te worden vermeld. Indien om redenen van spoed de bekendmaking van het besluit niet kan wachten op het op papier zetten van de motivering, dan kan het besluit eerst zonder motivering bekend worden gemaakt. Het bestuursorgaan is dan verplicht om zo spoedig mogelijk spontaan alsnog de motivering bekend te maken. Aan de motivering van het besluit dient dan op dezelfde wijze bekendheid te worden gegeven als aan het besluit zelf.

De vermelding van de motivering moet zodanig geschieden, dat zij voor de betrokkenen begrijpelijk is. Dat betekent enerzijds dat het bestuur des te zorgvuldiger zal moeten zijn in de vermelding van de motivering naarmate een belanghebbende minder goed op de hoogte is van het desbetreffende beleidsterrein en het van toepassing zijnde recht. Anderzijds zal een bestuursorgaan met een meer simpele motivering mogen volstaan als het besluit is gericht tot een zeer goed in de materie ingevoerde deskundige.

Met het vereiste dat de motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit, wordt beoogd dat kenbaar en inzichtelijk wordt gemaakt op welke grondslag het besluit gebaseerd is. Het wordt aanvaardbaar geacht, indien ter motivering van een besluit wordt verwezen naar schriftelijke stukken, opgesteld ter voorbereiding van het besluit, mits deze uiterlijk tegelijk met het besluit ter kennis van de betrokkenen zijn gebracht en in voldoende mate inzicht bieden in de feitelijke en juridische grondslag van het genomen besluit. Volgens de hoogste bestuursechter kan de vraag of voldaan is aan de eisen van kenbaarheid en inzichtelijkheid, slechts worden beantwoord in relatie tot de concrete inhoud en complexiteit van het besluit.

Schriftelijk motiveren

Aangenomen dient te worden dat de motivering van een besluit schriftelijk moet worden verstrekt, alhoewel dat niet met zoveel woorden wordt omschreven in de Algemene wet bestuursecht (Awb). Volgens de jurisprudentie dient de motivering van een besluit dan ook schriftelijk plaats te vinden en kan niet worden volstaan met een verwijzing naar bijvoorbeeld gesprekken tussen deskundigen en betrokkene(n).

De rechter toetst niet ambtshalve of een besluit goed gemotiveerd is

Als er geen beroep wordt gedaan op een niet deugdelijke of gebrekkige motivering van een besluit, dan gaat een rechter buiten de grenzen van het aan haar voorgelegde geschil als deze het besluit vernietigt op basis van strijd met het motiveringsbeginsel.

Beleidsregels

Regelmatig liggen beleidsregels ten grondslag aan een besluit en in dergelijke gevallen verwijzen bestuursorganen meestal naar deze regels als het besluit daar rechtstreeks uit voortvloeit. Echter kan een bestuursorgaan ter onderbouwing van een besluit niet volstaan met een verwijzing naar een beleidsnotitie die niet is aan te merken als een (bekendgemaakte) beleidsregel. Volgens jurisprudentie dient bij een verwijzing naar een beleidsregel buiten twijfel te staan dat het geformuleerde beleid steunt op een deugdelijke analyse van feiten en omstandigheden.

Het niet motiveren van een besluit

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de vermelding van de motivering  (in eerste instantie) achterwege mag blijven, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. Hiervan is sprake als geen enkele belanghebbende behoefte zal hebben aan een motivering. Een dergelijk geval mag worden aangenomen als niemand door het betreffende besluit wordt geschaad of belast of wanneer de beschikking te voren was aangekondigd en de motivering al lang bekend was, zonder dat iemand tegen die beslissing bezwaar zal hebben. Indien bijvoorbeeld een beschikking overeenkomstig de aanvraag is verleend, dan zal de aanvrager in het algemeen geen behoefte hebben aan een motivering.

In het geval dat een belanghebbende een motivering wenst terwijl het bestuursorgaan van mening was dat daar geen behoefte aan bestond, dan dient de motivering alsnog verstrekt te worden. Een verzoek daartoe moet echter wel binnen redelijke termijn worden ingediend, aangezien bestuursorganen na langere tijd niet altijd meer in staat zullen zijn de oorspronkelijke en niet op schrift gestelde motivering nog te achterhalen.

Verwijzen naar advies als zijnde motivering

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt het bestuursorgaan de mogelijkheid om ter voldoening aan de plicht de motivering te vermelden, te volstaan met een verwijzing naar een advies. Het advies zelf dient dan wel ter kennis van de belanghebbenden te worden gebracht. Bovendien kan slechts verwezen worden naar het advies, indien dat advies is uitgebracht omtrent de te nemen beslissing en het advies de gronden noemt voor het besluit. De bepaling in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met betrekking tot het verwijzen naar een advies is ook van toepassing op het motiveren van een beslissing op bezwaar.

Toetsing van het advies

Het bestuursorgaan mag het advies niet klakkeloos aannemen en een besluit daarop baseren. Het bestuursorgaan zal zich er namelijk van moeten vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen. Daarnaast is het bestuursorgaan verplicht om, voor zover het besluit steunt op een uitgebracht advies, te beoordelen of de feiten de conclusie kunnen dragen (draagkrachtige motivering). Is dat niet het geval, dan kan het advies niet een voldoende motivering voor het besluit bevatten.

Afwijking van een advies

In het algemeen is een bestuursorgaan bevoegd om af te wijken van een uitgebracht advies (een niet-bindend advies). Indien een bestuursorgaan afwijkt van een advies dat is  uitgebracht met het oog op een te nemen besluit, dan dient het bestuursorgaan expliciet te motiveren om welke redenen van het advies wordt afgeweken. In sommige gevallen is een uitdrukkelijke motivering voor de afwijking van een advies niet strikt noodzakelijk. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een adviesorgaan afwijzend heeft geadviseerd over een bepaalde aanvraag en het bestuursorgaan de aanvraag niettemin wil inwilligen.

Wanneer in zo een situatie geen enkele belanghebbende geschaad wordt door die inwilliging (dus als er geen behoefte bestaat aan een motivering van de afwijking), dan zal het bestuursorgaan daarvan kunnen afzien. In de onderlinge relatie tussen een bestuursorgaan en een adviesorgaan kan wel een reden liggen voor het bestuursorgaan om een inzicht te geven in de redenen voor de afwijking van het advies en zeker als dat regelmatig gebeurt, maar de motivering van het besluit hoeft daarmee niet te worden belast.

← Een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ←
→ De bekendmaking van een besluit →