Last onder bestuursdwang

Definitie last onder bestuursdwang

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een last onder bestuursdwang verstaan: “de herstelsanctie, inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd”.

Last onder bestuursdwang door feitelijk handelen ten uitvoer leggen

Volgens de definitie van een last onder bestuursdwang geeft het niet naleven van de opgelegde last het bestuursorgaan de bevoegdheid om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te brengen als die niet of niet volledig binnen de daarvoor gestelde termijn is uitgevoerd. Het is daarbij echter niet noodzakelijk dat het bestuursorgaan zelf handelt bij het feitelijk ten uitvoer leggen van de last onder bestuursdwang. Het bestuursorgaan kan namelijk derden bij de toepassing van bestuursdwang inschakelen.

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is niet omschreven op welke vormen van feitelijk handelen de last onder bestuursdwang betrekking heeft. Voorheen werd dit veelal omschreven als het doen wegnemen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met die regels of met ingevolge die regels gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

Inhoud last onder bestuursdwang

In een last onder bestuursdwang dient in ieder geval een omschrijving van de te nemen maatregelen te worden opgenomen. Het bestuursorgaan dient in de last onder bestuursdwang zeer nauwkeurig te omschrijven welke herstelmaatregelen of werkzaamheden door de aan te schrijven belanghebbenden moeten worden verricht om te voorkomen dat van overheidswege zal worden opgetreden.

De omschrijving dient zeer nauwkeurig te zijn, zodat de belanghebbenden niet in het duister tasten omtrent hetgeen gedaan of nagelaten moet worden teneinde de toepassing van de aangekondigde dwangmaatregelen te voorkomen. Het overtreden voorschrift dient eveneens in de last onder bestuursdwang te worden opgenomen.

Vooraankondiging last onder bestuursdwang en zienswijze

Een vooraankondiging tot het opleggen van een last onder bestuursdwang (in de praktijk ook wel vooraanschrijving genoemd) is bedoeld om aan te kondigen dat een bestuursorgaan voornemens is om een last onder bestuursdwang op te leggen, maar daar nog niet (definitief) toe besloten heeft.

Een vooraankondiging tot het opleggen van een last onder bestuursdwang bevat dus (nog) niet de formele last, omdat dus (nog) niet door het bestuursorgaan is besloten of daadwerkelijk een last onder bestuursdwang zal worden opgelegd als degene die is aangeschreven niet zelf de maatregelen treft zoals in de vooraankondiging omschreven. Een vooraankondiging tot het opleggen van een last onder bestuursdwang is overigens geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het is daarom niet mogelijk om bezwaar te maken en/of beroep daartegen in te stellen.

Aangezien in beginsel aan een belanghebbende de mogelijkheid moet worden geboden om een zienswijze in te dienen alvorens een beschikking wordt afgegeven waartegen deze naar verwachtingen bedenkingen zal hebben, wordt deze mogelijkheid veelal opgenomen in de vooraankondiging. In de zienswijze kan een belanghebbende argumenten aanvoeren die het bestuursorgaan mogelijkerwijs op andere gedachten kan brengen, zodat het alsnog afziet van het opleggen van een last onder bestuursdwang.

Afzien van het opleggen van een last onder bestuursdwang

Zoals reeds omschreven op de webpagina met als titel “Wat is handhaving”, wordt van het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel (dus ook een last onder bestuursdwang) afgezien, indien er een “concreet zicht op legalisatie bestaat. Indien er sprake is van een “concreet zicht op legalisatie”, dan prevaleren de belangen van de overtreder (of van andere belanghebbenden).

Van handhavend optreden (en dus het opleggen van een last onder bestuursdwang) wordt eveneens afgezien als handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gevallen waarin door de hoogste bestuursrechters is bepaald dat handhaving onevenredig is, zijn overtredingen met een incidenteel karakter en overtredingen van een geringe ernst. Daarbij is mede bepalend of de belangen van derden al dan niet worden geschaad.

Daarentegen slaagt een beroep op het vertrouwensbeginsel zelden en dat geldt idem dito voor het gelijkheidsbeginsel. Gevallen zijn meestal niet identiek en het bestuursorgaan is niet verplicht tegen alle gevallen tegelijkertijd handhavend op te treden. Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dient wel op grond van een handhavingsbeleid aannemelijk te zijn dat in vergelijkbare gevallen eveneens zal worden gehandhaafd. Een bestuursorgaan die geconfronteerd wordt met een beroep op het gelijkheidsbeginsel, dient wel steeds te motiveren waarom het in min of meer gelijke gevallen niet optreedt.

Begunstigingstermijn in last onder bestuursdwang

In een last onder bestuursdwang dient in beginsel aan de overtreder(s) een zogenaamde begunstigingstermijn te worden gegeven om zodoende aan de opgelegde last gevolg te kunnen geven. In een sanctiebesluit dient echter niet altijd een begunstigingstermijn te worden opgenomen.

Het al dan niet opnemen van een begunstigingstermijn in een last onder bestuursdwang hangt af van het feit of er voor het beëindigen van de overtreding nog maatregelen getroffen dienen te worden ter ongedaan making van de gevolgen van de overtreding dan wel het voorkomen van een herhaling van de overtreding. Alleen in die gevallen is er namelijk een redelijk belang gediend met het geven van een begunstigingstermijn. Zo hoeft in spoedeisende gevallen bij een last onder bestuursdwang geen termijn te worden gegund.

In jurisprudentie zijn eveneens aanwijzingen te vinden dat een begunstigingstermijn niet vereist is als er geen maatregelen moeten worden getroffen en het beëindigen of voorkomen van een overtreding kan worden bewerkstelligd door een “nalaten”.

De door het bestuursorgaan te stellen begunstigingstermijn dient – gelet op de omstandigheden van het geval – redelijk te zijn. Wat een redelijke begunstigingstermijn is, kan worden afgeleid uit relevante jurisprudentie. Zo mag een begunstigingstermijn niet te lang zijn, aangezien er dan sprake is van een verkapt gedogen.

Bij het bepalen van een redelijke termijn spelen diverse factoren een rol. Van belang is bijvoorbeeld hoe lang een onrechtmatige situatie al bestaat. Indien een overtreding namelijk al langer bestaat en daartegen niet is opgetreden, dan zal een korte begunstigingstermijn eerder onredelijk zijn. De keerzijde van het verhaal is, dat ook het beschermde belang (veiligheid, gevolgen overtreding al dan niet onomkeerbaar, omvang schade) een rol speelt bij het bepalen van een begunstigingstermijn in een last onder bestuursdwang.

Ten slotte is het ter bepaling van de begunstigingstermijn van belang of een overtreder het sanctiebesluit al kon verwachten (bijvoorbeeld door eerdere waarschuwingen of een vooraankondiging). Indien een onrechtmatige situatie na het verstrijken van de begunstigingstermijn voortduurt of wordt herhaald, dan kan het sanctiebesluit worden geëffectueerd (toepassing bestuursdwang). De begunstigingstermijn vangt aan op het moment dat het besluit in werking treedt.

De bekendmaking van de last onder bestuursdwang

In aanvulling op de voorschriften inzake de bekendmaking van besluiten in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dient een last onder bestuursdwang bekend te worden gemaakt aan rechthebbenden op het gebruik van de zaak ten aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast, aan de overtreder en eventueel aan de aanvrager van de beschikking om een last onder bestuursdwang. Onder rechthebbenden op het gebruik van de zaak vallen in ieder geval de eigenaar, de huurder, de pachter, de vruchtgebruiker en aan degene die krachtens een andere titel recht heeft op het gebruik van de zaak.

Het verhalen van kosten in het kader van toepassing bestuursdwang

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld hoe de kosten moeten worden vergoed die de overtreder in verband met de toepassing van bestuursdwang verschuldigd is. Als hoofdregel wordt gehanteerd, dat de overtreder de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang aan het bestuursorgaan dient te vergoeden. Het gaat dan om kosten die het bestuursorgaan heeft gemaakt nadat belanghebbenden zelf passief zijn gebleven de maatregelen uit te voeren.

Indien de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoren te komen, dan dient het aanzeggen van het kostenverhaal achterwege te blijven. Tot de kosten die verhaald kunnen worden behoren ook de kosten die zijn gemaakt in verband met de invordering van die kosten (aanmaning en de betekening en ten uitvoerlegging van een eventueel dwangbevel) alsmede de kosten ter voorbereiding van bestuursdwang (kosten van ambtenaren, kosten in verband met overleg aannemers die namens de overheid de feitelijke maatregelen uitvoert, enzovoort).

Een bestuursorgaan moet in de last onder bestuursdwang wel aan de overtreder meedelen, welke kosten verhaald zullen worden. Indien dit wordt nagelaten, dan is het verhalen van kosten niet (meer) mogelijk. Indien de overtreder meent dat hem ten onrechte kostenverhaal wordt aangezegd, dient hij hiertegen de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep aan te wenden. Het gevolg van het nalaten deze rechtsmiddelen daartegen aan te wenden behoort te zijn, dat het feit dat de kosten op hem zullen worden verhaald niet meer ter discussie staat.

Beschikking ter vaststelling kosten

Een bestuursorgaan is bevoegd om de hoogte van de kosten achteraf bij beschikking vast te stellen. Dat zijn dus de kosten die op de overtreder kunnen worden verhaald. Deze vaststelling van de hoogte van de kosten is een besluit dat voor bezwaar en beroep vatbaar is.

Geen last en geen begunstigingstermijn bij spoedeisendheid

In spoedeisende gevallen mag bestuursdwang worden toegepast zonder een voorafgaande last en dus zonder een voorafgaande begunstigingstermijn voor belanghebbenden om zelf nog de benodigde maatregelen te treffen. Er dient echter wel een last onder bestuursdwang te worden genomen en te worden bekendgemaakt waarin de door het bestuursorgaan te nemen maatregelen worden omschreven.

Onmiddellijk na de bekendmaking van het bestuursdwangbesluit kan dus tot uitvoering worden overgegaan, omdat daarin dus geen begunstigingstermijn is opgenomen. In zéér spoedeisende gevallen kan een bestuursorgaan zelfs onmiddellijk met bestuursdwang (doen) optreden. Dit kan zelfs nog voorafgaand aan een schriftelijke besluit tot toepassing van bestuursdwang. In dergelijk spoedeisende gevallen moet achteraf alsnog zo spoedig als  mogelijk de last onder bestuursdwang op schrift te worden gezet en alsnog op de normale wijze bekend worden gemaakt.

Verzoek tot het toepassen van een last onder bestuursdwang

De aanvrager van een last onder bestuursdwang of een andere belanghebbende kan na afloop van de begunstigingstermijn die in de last was gesteld om de in de last omschreven maatregelen uit te voeren, het bestuursorgaan verzoeken zelf deze maatregelen te nemen.

Een bestuursorgaan moet in beginsel het verzoek honoreren, omdat een bestuursorgaan de feitelijke uitvoering van bestuursdwang dient te effectueren als een overtreder niet bereid is om binnen de gestelde termijn aan de opgelegde last te voldoen. Slechts in bijzondere omstandigheden kan bijvoorbeeld een overtreder iets meer tijd worden gegund. Een bestuursorgaan heeft vier weken om op het verzoek te beslissen en als niet tijdig wordt beslist, dan is er sprake van een fictieve weigering waartegen vervolgens bezwaar tegen kan worden gemaakt.

← De last onder dwangsom ←
→ De bouwstop →